Veelgestelde vragen



1. Hoe kan ik mijn gazon het best bemesten?

Er is keus tussen organische meststoffen (bijv. gedroogde of ruige koemest) of kunstmest. In de particuliere tuin is het grote voordeel van organische meststoffen dat hierbij minder risico bestaat op verbranding of andere schade en dat deze meststoffen het bodemleven stimuleren. Nadeel van organische meststoffen is dat de voeding soms wat pieken in de grasgroei tot gevolg heeft.

Bij gebruik van organische mest adviseren wij om in het vroege voorjaar een kleine kalkgift te geven om de opname van de voedingsstoffen te verbeteren.

Let bij kleigrond ook op de verdichting van de toplaag. In een verdichte toplaag ontwikkeld gras een slecht wortelgestel waardoor minder voedingsstoffen opgenomen kunnen worden.

Hieronder volgen enkele meststoffen en schema's:

Organische meststof:

1 maal lichte kalkgift in januari of februari
3 - 5 maal gedroogde organische mestkorrels en
1 maal organische kali in oktober / november.

Kortwerkende kunstmest:

1e keer 12+10+18 of KAS (begin april)
om de 6 weken KAS
in oktober Vinasse kali of andere kalimeststof

Langwerkende kunstmest:

1 maal gecoate kunstmestkorrels van b.v. Scott's
eventueel aanvullende bemesting met KAS eind augustus
1 maal gecoate kunstmestkorrels van b.v. Scott's: winterbemesting

LET OP!

Bemesting is altijd maatwerk. Om de benodigde bemesting nauwkeurig vast te kunnen stellen is het noodzakelijk een grondmonster op de actuele toestand te laten analyseren. Wij prefereren hiervoor een analyse van het Bedrijfslaboratorium voor Grond en Gewasonderzoek Oosterbeek (www.blgg.nl).

Terug naar boven

2. Moet ik kalk strooien?

Van oudsher wordt er vaak kalk gestrooid op gazons. Het strooien van kalk zou mosvorming tegen gaan. Mosvorming is echter een gevolg van andere factoren, zoals schaduw en vochtgehalte. Daarnaast komt er ook op kalkrijke gronden mosvorming voor. Kalk zou ook gestrooid worden om de natuurlijke verzuring van gazons te compenseren. Op kleigrond constateren wij echter vaak een te hoge pH (neutraal tot zwak basisch) voor een optimale grasgroei. Grondonderzoek zal meestal uitwijzen dat kalkgift niet nodig is.

Wel gebruiken wij soms kalk ter verbetering van de structuur bij de aanleg. Vooral op knikkige en stopverfachtige kleigronden kan hiervoor kalk gebruikt worden.

Terug naar boven


3. Hoe tuinier ik op kleigrond?

Kleigrond is fantastisch. Bijna alle planten groeien er met het grootste gemak en geven een overdaad aan bloemen en vruchten. De andere kant van de medaille is dat kleigrond “moeilijk” bewerkbaar is. Ik hoop u uit te leggen dat dit met de juiste maatregelen nogal mee valt.

Ontwatering

Het is belangrijk om (regen-)water zo snel mogelijk af te voeren. Soms kan het water weglopen naar een sloot. Meestal kan dit niet en ontstaan er natte plekken in de tuin. Hier zou een putje een oplossing kunnen zijn. Voor een diepere ontwatering zijn andere maatregelen nodig, bijvoorbeeld een drainage. Vaak komt er in kleigrond een storende of verdichte laag voor. Eerste aanleg is een uitgelezen moment om de grond diep te spitten en deze storende laag te breken.

De beste oplossing verschilt van tuin tot tuin. Wij adviseren u graag.

Lucht

Kleigrond kan sterk verdichten door regen (dichtslaan van de grond) of door belopen e.d.
Planten waarvan de wortels geen lucht krijgen zullen stoppen met groeien. Spitten is een mogelijkheid om tijdelijk extra lucht in de grond te brengen. Voor een definitieve oplossing is meer nodig.

Structuur

Als u een kluit klei in uw handen neemt en deze breekt dan krijgt u een indruk van de structuur. Gedraagt de kluit zich als stopverf of kit, dan is er nagenoeg geen structuur.
Breekt de kluit moeilijk en in gladde vlakken dan kan de grond een platige structuur hebben.
Breekt de kluit gemakkelijk en in kleine brokjes dan spreken we van een kruimelige structuur. Dit is de structuur waarin plantenwortels goed groeien.
Als de ontwatering in orde is, dan kan deze structuur bereikt worden met organische stof en een goed bodemleven. Organische stof wordt gevormd door vertering van gras, blad, takken, boomstammen etc. Het regelmatig weghalen van afgevallen blad en ander organisch materiaal verarmt de bodem en de structuur.
Als het laten liggen van blad e.d. geen optie is, dan kan het jaarlijks aanbrengen van een laagje groencompost de verarming van de bodem tegengaan en het bodemleven stimuleren.

Bodemleven

In de bodem zitten een enorm aantal kleine beestjes. Mollen, wormen, pissebedden, duizendpoten e.d. zijn meestal wel bekend. Er zijn echter nog zeer veel andere, meest kleinere tot zeer kleine, levende organismen in de grond actief. Deze zorgen voor omzetting van blad en ander afval tot organische stof en voeding voor de planten. Hierbij worden grote en kleine gangen in de grond gemaakt. Hierdoor kan er meer lucht in de grond komen. Ook water kan dan beter in de grond weg zakken.

Bewerkbaarheid

Bovenstaande maatregelen maken van een stugge moeilijk te bewerken grond een goede tuingrond. Uw planten zullen met plezier in deze grond groeien. Groeiproblemen zullen verdwijnen en de ziektegevoeligheid zal afnemen. Deze grond zal het grootste deel van het jaar goed te bewerken zijn.

Terug naar boven


4. Zorgvuldig handelen in het kader van de Flora en faunawet.


Nederland is een klein land waarin heel veel mensen wonen en waarin we ook graag de natuur een plaats gunnen. Om wonen, werken en natuur goed naast elkaar te laten bestaan is er al vele jaren wetgeving van kracht. Sinds 2005 geld de Natuurbeschermingswet voor het beschermen van leefgebieden (afgebakend terrein). Voor de bescherming van planten- en diersoorten geld sinds 2002 de Flora- en Faunawet.

Flora- en Faunawet

De Flora- en Faunawet is een kaderwet waarin doelen en voorwaarden worden gesteld t.a.v. te beschermen planten en diersoorten. Tevens worden richtlijnen aangegeven voor de praktische uitwerking om de doelen en voorwaarden te bereiken.
Binnen het kader van de Flora- en Faunawet is er veel mogelijk. Vooral bij het dagelijkse onderhoud aan tuinen, parken, groenvoorzieningen en natuurterreinen is het werken met de "Gedragscode Flora- en faunawet, bestendig beheer en onderhoud groenvoorziening" een prima hulpmiddel.
Deze gedragscode is op 29 oktober 2014 door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland goedgekeurd en sinds die datum dus als officieel document erkend.

Gedragscode

Deze gedragscode geeft aan of de Flora- en faunawet van toepassing is en zo ja, hoe dit dan aangepakt moet worden. Centraal hierin staat het "Plan van aanpak". In dit plan worden de risico's t.a.v. de te beschermen soorten aangegeven en de wijze waarop schade aan de te beschermen soorten wordt voorkomen. Het plan van aanpak is gedetailleerd op soortniveau en uitgewerkt op chronologisch niveau.

Plan van aanpak

Het "Plan van aanpak" kan soms heel kort en bondig zijn, maar, bij veel risico soorten, wat meer uitgebreid worden. Kernpunt is dat er een belangenafweging gemaakt wordt tussen behoud van Flora en fauna en een kosten efficiënt beheer. Beheer en onderhoud vergen een lange termijn visie. Om deze visie in te passen in het kader van de Flora- en faunawet is het van belang tijdig een "Plan van aanpak" op te stellen.
Een goed gemaakt "Plan van aanpak" versterkt zowel het beheer en onderhoud als de Flora en de fauna.
Het zorgvuldig handelen in het kader van de Flora- en Faunawet past dan ook prima binnen het concept van "De Levende Tuin". Bekijk hier het filmpje

disclaimer  |  webdesign
Martien van Dam tuinaanleg en onderhoud is werkzaam in de regio Leerdam, Gorinchem, Vianen, Culemborg, Beesd.