Navolgend vindt u enkele vragen en de bijbehorende antwoorden.

Staat uw vraag er niet bij stel hem dan middel het informatie formulier

 

 

Bemesting van gazons;

 

Tuinieren op kleigrond;

 

Welke planten groeien op kleigrond; (in voorbereiding)

 

Wateroverlast c.q. een natte tuin; (in voorbereiding)

 

Hoe en wanneer moet ik mijn planten snoeien; (in voorbereiding)
 

Bemesting van gazons.

 

In veel gevallen verarmen gazons door het afvoeren van het gemaaide gras of uitspoelen van voedingsstoffen. De mate waarin dit gebeurt is sterk afhankelijk van de grondsoort. Kleigrond verarmt weinig en langzaam. Zandgrond kan sterk verarmen en de grasmat kan hierdoor nagenoeg verdwijnen. Hierdoor produceert het gazon steeds minder gras. De grasmat wordt dunner en er komt meer ruimte tussen de grasplanten. Deze ruimte wordt al snel ingenomen door minder kritische grassen, maar vooral door andere kruiden, in de volksmond “onkruid”.
Dit hoeft niet per sé een verkeerd beeld te geven. Ik ken een oud gazon bij een buiten, met een hele dunne grasbezetting. Dit gazon is in het voorjaar bleek paars gekleurd door een massale bloei van de boerenkrokus (Crocus tomassianus). Bij bemesting van een dergelijk gazon loop je een groot risico dat deze krokus vegetatie sterk achteruit gaat. Later in het jaar zullen andere kruiden “kleur” aan het gazon geven b.v. ereprijs, brunel, e.d. Vanuit ecologisch standpunt bezien, is dit een lust voor het oog.

 

Het bemesten van een gazon kan het verlies aan voedingsstoffen compenseren. Daarboven kan een “armere” grond met mest verrijkt worden.

Voor het bemesten van gazons kunnen wij kiezen uit een keur van meststoffen en methoden. In eerste instantie moeten we kiezen tussen organische meststoffen (b.v. gedroogde of ruige koemest) of anorganische meststoffen (beter bekend als kunstmest).

In de (particuliere) tuin is het grote voordeel van organische meststoffen dat hierbij minder risico bestaat op verbranding of andere schade en dat deze meststoffen het bodemleven stimuleren. Nadeel van organische meststoffen is dat de voeding soms wat pieken in de grasgroei tot gevolg heeft.

 

Let Op !!!

Bemesting is altijd maatwerk. Om de benodigde bemesting nauwkeurig vast te kunnen stellen is het noodzakelijk een grondmonster op de actuele toestand te laten analyseren. Wij prefereren hiervoor een analyse van het Bedrijfslaboratorium voor Grond en Gewasonderzoek Oosterbeek (www.blgg.nl).

 

Van oudsher wordt er vaak kalk gestrooid op gazons. Het strooien van kalk zou mosvorming tegen gaan. Mosvorming is echter een gevolg van andere factoren o.a. schaduw en vochtgehalte. Daarenboven komt er ook op kalkrijke gronden mosvorming voor. Kalk zou ook gestrooid worden om de natuurlijke verzuring van gazons te compenseren. Op kleigrond constateren wij echter vaak een te hoge pH (neutraal  tot zwak basisch) voor een optimale grasgroei. Grondonderzoek zal meestal uitwijzen dat een kalkgift niet nodig is. 
Wel gebruiken wij soms kalk ter verbetering van de structuur bij de aanleg. Vooral op knikkige en stopverfachtige kleigronden kan hiervoor kalk gebruikt worden. Bij gebruik van organische mest adviseren wij om in het vroege voorjaar een kleine kalkgift te geven om de opname van de voedingsstoffen te verbeteren.
 
Let bij kleigrond ook op de verdichting van de toplaag. In een verdichte toplaag ontwikkeld gras een slecht wortelgestel waardoor minder voedingsstoffen opgenomen kunnen worden.

 

Navolgend enkele meststoffen en schema's

 

Organische meststof:
1 maal lichte kalkgift in januari of februari

3 - 5 maal gedroogde organische mestkorrels en
1 maal organische kali in oktober / november.

 

Kortwerkende kunstmest:

1e keer 12+10+18 of KAS (begin april)

om de 6 weken KAS

in oktober Vinasse kali of andere kalimeststof

 

Langwerkende kunstmest:

1 maal gecoate kunstmestkorrels van b.v. Scott's

eventueel aanvullende bemesting met KAS eind augustus

1 maal gecoate kunstmestkorrels van b.v. Scott's: winterbemesting

 

 

Tuinieren op klei

 

Kleigrond is fantastisch. Bijna alle planten groeien er met het grootste gemak en geven een overdaad aan bloemen en vruchten. De andere kant van deze (gouden)medaille is dat kleigrond “moeilijk” bewerkbaar is.

Ik hoop u uit te leggen dat dit met de juiste maatregelen nogal mee valt.

 

 

1.      Ontwatering.

Het is belangrijk om (regen-)water zo snel mogelijk af te voeren. Soms kan het water weglopen naar een sloot. Meestal kan dit niet en ontstaan er natte plekken in de tuin. Hier zou een putje een oplossing kunnen zijn.
Voor een diepere ontwatering zijn andere maatregelen nodig; b.v. een drainage.

Vaak komt er in kleigrond een storende of verdichte laag voor. Bij eerste aanleg is er een uitgelezen mogelijkheid om de grond diep te spitten en deze storende laag te breken.

De beste oplossing verschilt van tuin tot tuin. Dit is maatwerk waarin wij u kunnen adviseren.

 

2.      Lucht.

Kleigrond kan sterk verdichten door regen (dichtslaan van de grond) of door belopen e.d.

Planten waarvan de wortels geen lucht krijgen zullen stoppen met groeien. Spitten is een mogelijkheid om tijdelijk extra lucht in de grond te brengen. Voor een definitieve oplossing is meer nodig.

 

3.      Structuur.

Als u een kluit klei in uw handen neemt en deze breekt dan krijgt u een indruk van de structuur. Gedraagt de kluit zich als stopverf of kit, dan is er nagenoeg geen structuur.

Breekt de kluit moeilijk en in gladde vlakken dan kan de grond een platige structuur hebben.
Breekt de kluit gemakkelijk en in kleine brokjes dan spreken we van een kruimelige structuur. Dit is de structuur waarin plantenwortels goed groeien.

Als de ontwatering in orde is, dan kan deze structuur bereikt worden door organische stof aan de grond toe te voegen. Organische stof wordt gevormd door vertering van gras, blad, takken, boomstammen etc. Het regelmatig weghalen van afgevallen blad en ander organisch materiaal verarmt de bodem en de structuur.

Als het laten liggen van blad e.d. geen optie is, dan kan het jaarlijks aanbrengen van een laagje groencompost de verarming van de bodem tegengaan.

 

4.      Bodemleven.

In de bodem zitten een gigantisch aantal kleine beestjes. Mollen, wormen, pissebedden, duizendpoten e.d. zijn meestal wel bekend. Er zijn echter nog zeer veel andere, meest kleinere tot zeer kleine levende organismen in de grond actief. Deze zorgen voor omzetting van blad en ander afval tot organische stof en voeding voor de planten. Hierbij worden grote en kleine gangen in de grond gemaakt. Hierdoor kan er meer lucht in de grond komen. Ook water kan dan beter in de grond weg zakken.

 

5.      Bewerkbaarheid.

Bovenstaande maatregelen maken van een stugge moeilijk te bewerken grond een goede tuingrond. Uw planten zullen met plezier in deze grond groeien. Groeiproblemen zullen verdwijnen en de ziektegevoeligheid zal afnemen. Deze grond zal het grootste deel van het jaar goed te bewerken zijn.

Dwarsweg 16
4161 AE Heukelum
0345-615070
info@martienvandam.nl
KvK 11025787